Het Koninklijk Huis is in Nederland de benaming voor het deel van de koninklijke familie dat gerechtigd is tot de troon en onder de ministeriële verantwoordelijkheid valt. Ook wordt de term Koninklijk Huis wel gebruikt als synoniem voor het Nederlandse hof.
In de Wet lidmaatschap koninklijk huis is vastgelegd wie lid zijn van het Koninklijk Huis. Het lidmaatschap van het Koninklijk Huis is strikt vastgelegd; er vloeien verplichtingen uit voort.
De Koning(in) (het staatshoofd) staat aan het hoofd van het Koninklijk Huis. Leden van het Koninklijk Huis zijn voorts zij die krachtens de Grondwet de Koning kunnen opvolgen en aan hem verwant zijn in de eerste of tweede graad van bloedverwantschap, alsmede het staatshoofd dat afstand van het koningschap heeft gedaan.
Voor de zoons van prinses Margriet, derdegraads verwanten van koningin Beatrix, geldt een overgangsregeling die inhoudt dat zij lid zijn van het Koninklijk Huis totdat koningin Beatrix wordt opgevolgd. Ook alle echtgenoten van voornoemde personen zijn lid van het Koninklijk Huis.
Bij verlies van lidmaatschap van het Koninklijk Huis verliest men de titels prins der Nederlanden en prins van Oranje-Nassau. Deze titels zijn bij wet aan het lidmaatschap van het Koninklijk Huis verbonden. In een dergelijk geval wordt bij Koninklijk Besluit beslist over het behoud van de titel prins van Oranje-Nassau als persoonlijke titel voor hen die het lidmaatschap hebben verloren. Het lidmaatschap van het Koninklijk Huis eindigt door ontslag verleend bij Koninklijk Besluit en bij verlies van het Nederlanderschap (nationaliteit). Indien een lid van het Koninklijk Huis een huwelijk aangaat zonder bij de wet verleende toestemming, verliest hij daarmee het recht tot erfopvolging en daardoor tevens het lidmaatschap van het Koninklijk Huis.







